Kapoen, laat je niet doen!

Elke kapoen vertelt wat hij het leukste vond aan het kamp.
We gebruiken hun letterlijke woorden:

Het is leuk. We hebben al haan zwemmen  (Vik) - Ik vindt de leiders super tof (Thomas) - Ik vond het heel leuk op het springkasteel (Maité) - Ik zat gisteren met mijn broer in het groepje op groepsdag (Lester) - De leiding is tof (Laurien) - Ik vond het leuk. Ik heb veel kampen gebouwd (Alejandro) - We hebben super leuke spelletjes gespeeld (Louise) - Ik vind het eten leker (Rosa) - Ik vind het een leuk kamp (Maxim) -   Het is tof op kamp (Alexia) - Het is leuk op kamp en vooral op het springkasteel xxx (tymen) - Ik vond het leventjesspel het leukst (Michiel) - Ik vond de film het leuker (Xander) - De Zweedse tocht was leuk, heel leuk (Mattijs) - De spaghetti was leker (Rachel) - Er waren veel leuke spelletjes, zoals dode vis, kiekeboe, cactus en bloem, en nog veel meer (Ayla en Mira) - Ik vond het heel leuk met de toffe leiding (Toon) - We hebben al gezwommen maar het was heel koud (Lucas) - Heel tof en de meisjes zijn knap (Viktor) - Het is hier heel leuk. Het eten van vandaag was heerlijk (Ella) - Wij hebben gezwommen (Elisa) - Ik vond het brandweerspel super suuper leuk (Remi) - Ik vond het super leuk (Smilla) - Ik vond groepsdag super leuk omdat ik Maxime dan een keer zag (Maïthe)

Groetjes,
De Kapoenen